Het landgoed kent een typische oost-Brabantse geschiedenis. Honderdvijftig jaar geleden bestond het gebied grotendeels uit heide. Deze heide werd gebruikt door boeren voor het beweiden van schapen en als materiaal voor de potstal. In deze periode was het Eindhovens kanaal al aanwezig. Honderd jaar geleden bestaat het gebied nog voor een groot deel uit heide, maar ook het aandeel bos is toegenomen. De padenstructuur is sterk uitgebreid. Ook de spoorlijn Eindhoven-Helmond is in deze periode aangelegd.

In de eerste helft van de vorige eeuw zijn de delen met een relatief rijkere bodem ontgonnen tot landbouwgebied. Op de armere bodems zijn bossen aangelegd ten behoeve van de teelt van mijnhout. Deze worden de heideontginningsbossen genoemd die typisch zijn voor deze delen van Brabant. Het bos op het Steenoventerrein is waarschijnlijk ook in deze tijd ontstaan, maar kent een spontanere oorsprong. Op de topografische kaart van 1912 is het terrein weergegeven als een afwisseling van bos en heide. Gezien de variatie in leeftijdsopbouw van het huidige bomenbestand is het waarschijnlijk dat een deel van de toenmalige heide spontaan is dichtgegroeid met bos. Uit het huidige bosbeeld blijkt dat een deel ook is aangeplant.

In het midden van de vorige eeuw was op het terrein een steenfabriek gevestigd, vandaar de naam ‘Steenoventerrein’. In het bos zijn nog steeds restanten van deze activiteiten te vinden in de vorm van , open water, funderingen en verhardingen.

 

ooievaars